Aan herders, die waakten bij nachte,
die waakten bij ’t vee in het veld,
heeft de_engel het lang reeds verwachte,
-de komst van de Christus- gemeld:
“’t Is blijdschap wat ik u doe horen,
voor allen geeft God nu zijn Kind,
in Bethlehem is Hij geboren,
waar u in een krib Hem vindt.”

In ’t licht, dat hen daar toen omstraalde,
was plots’ling een groot hemels koor,
dat Gods lof en liefde verhaalde
hoe vreemd kwam het alles hen voor;
"De eeuwige redding gaat dagen.
Aan God in de hoge zij eer!
Voor mensen van zijn welbehagen
daalt vrede op aarde neer."

De herders geloofden die woorden
en zijn naar de kribbe gegaan.
Ze troffen bij allen die ’t hoorden,
verbazing, verwondering aan.
Zij lieten het iedereen weten
en prezen Gods goedheid en macht.
Maria heeft nimmer vergeten
wat zij had gehoord die nacht.

Ook wij hier, wij danken U heden,
want ook Heer, voor ons kwam U neer.
Laat ons in Uw voetstappen treden,
ons leven zij vol van Uw eer.
Een groot werk kwam U hier beginnen
geen macht kon Uw liefde weerstaan.
De wereld kwam U overwinnen,
de duistere macht verslaan.

 

Een nieuwe bewerking door Kor Bolwijn van het bekende oude kerstlied 'De herders die lagen bij nachte'